Contact met school & andere ouders

Eind van deze week serveer ik weer glühwein en warme chocolademelk op school, na de kerstviering. Met leraren en ouders die ik intussen goed heb leren kennen… maar daar moet je dan ook wel wat voor doen, letterlijk!!

Onze kids zijn in Frankrijk begonnen in groep 1 en groep 3 van de lokale basisschool. Thije zit intussen al weer in de 3e klas van de middelbare in Sarlat en Jilke in groep 8. Ook in Sarlat, o.a. omdat we ons bij Thije ergerden aan de conservatieve leraren in groep 7 & 8, bij wie ‘Engels’, ‘sport’ en ‘huiswerk’ niet echt aan bod kwamen.

Op die dorpsschool was ik wekelijks vrijwilliger tijdens het laatste uur van de dag (15.30-16.30 uur) waarin knutselen, tekenen en wereldoriëntatie centraal stonden. Als oud-ergotherapeut liet ik de kids kennismaken met braille en gebarentaal. Ook vergeleken we Frankrijk en de Franse taal met Nederland en met … China ! Leuk & luchtig, dankbare kids. Een mooie gelegenheid om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op school en om andere actieve ouders te ontmoeten. Met kinderen die met de schoolbus naar school gaan, komt dat er anders niet van.

Dan kom je al snel in de ouderraad terecht. Daar melden te weinig ouders zich voor aan zodat er ieder jaar slechts ‘VETO’ verkiezingen zijn: je kunt een naam doorstrepen wanneer je een ouder NIET representatief vindt voor jouw mening. In de praktijk zijn ouders al lang blij dat IEMAND het wil doen! De ‘gekozen’ ouders worden uitgenodigd voor het Conseil de l’école. Leraren kondigen daar hun plannen voor het schooljaar aan en ouders mogen vragen stellen. Dit onder het toezicht oog van de directrice èn de burgemeester van het dorp. Een vraag is bijvoorbeeld “Kan er niet een extern iemand sport of Engels komen geven?” en het antwoord is dan “Daar is helaas geen budget voor”.

De ouderraad geeft aan welke activiteiten ze gaan organiseren om budget te generen voor de geplande uitstapjes en bv. zwemlessen. Waarop de burgemeester toezegt dat de gemeente de bus weer zal betalen. Gelukkig maar, want de notulen zijn vooraf al gemaakt: iedereen heeft z’n plannen/activiteiten ingeleverd en er staat (ja echt!) “De vragen van de aanwezige ouders zijn naar tevredenheid beantwoord”. Terwijl ik enigszins verbaasd deze notulen onderteken, verschijnen de likeurtjes en zoutjes op tafel en begint het onofficiële gedeelte van de vergadering. Alsof de wedstrijd gespeeld is en we nu met z’n allen de nabeschouwing inzetten.

De directrice en burgemeester die mijn vragen tijdens de vergadering wegschudden met een “dat is hier niet de gewoonte, omdat we dat niet gewend zijn” (zie daar maar eens een speld tussen te krijgen!) komen nu vertellen dat ze mijn ideeën persoonlijk erg interessant vinden! En zo ben je op school ineens een INSIDER. Sta ik pannenkoeken uit te delen tijdens de carnavalsoptocht. En worden mijn ‘interessante ideeën’ –voor het gemak?- snel vergeten.

Ook in Sarlat meld ik me aan voor de eerste bijeenkomst voor de ouderraad. Er zijn 6 ouders aanwezig en 6 vacante plaatsen: een (vice-)voorzitter, (vice-)secretaris en (vice-)trésorie. Wat een mooie titel voor de penningmeester, betekent letterlijk ‘schat-bewaarder’. Alle 6 waren we liever gewoon lid geworden, maar we gaan er voor. We delen glühwein en chocolademelk uit op de kerstmarkt; verkopen taart/ chocola/ schoolfoto’s. We organiseren een GROOTS eindejaarsfeest met ‘kermesse’ en een ‘Herberge Espagnole’ (dat iedereen wat te eten mee brengt). Alle projecten kunnen we financieren en één weekend knappen we met een tiental ouders het schoolplein op. Met geleende en gekregen hogedrukreinigers, verf, sjablonen, plantjes en nieuwe goaltjes/ netten en ballen. Eensgezind poetsen en klussen in oude kleren; taken verdelen op basis van lef, kracht en handigheid.

Bijna al onze Franse vrienden hebben we via school ontmoet. Speeldates van de kinderen die op borrelen uitdraaien of met een andere ouder de kerstdecoratie ophangen … en dan merken dat het klikt. Slechts enkele contacten gaan zo diep als onze Nederlandse vriendschappen. Dat mis ik eerlijk gezegd wel. Het zit ‘em niet enkel in de taal barrière: je hebt een andere database van jeugdherinneringen, een ander referentiekader. Een voorbeeld: ik vind het jammer dat in Frankrijk alle kinderen na de basisschool nog 4 jaar op hetzelfde – gemiddelde- niveau les krijgen. De keuze voor beroepsonderwijs of VWO maken ze in Frankrijk op hun 15e. Ik herinner me dat het goed was voor mij om naar het VWO te gaan qua uitdaging, en dat een neef ineens ‘de beste’ was op het VMBO, iets wat heel goed was voor zijn zelfvertrouwen.

In Frankrijk hoeft de leerling met VWO niveau zich die eerste 4 jaar nauwelijks in te spannen, dat vind ik ‘zonde’. Waarop een goede vriendin roept “Dat mag je niet hardop zeggen, hoor! Wij Fransen zouden NOOIT kinderen op hun 12e al in een hokje stoppen op basis van hun intelligentie! Na deze 4 jaren (= de pubertijd) kun je pas bepalen of iemand een student is, of beter een praktisch beroep kan gaan uitoefenen! Dan hebben ze 4 jaar met elkaar opgetrokken en hebben ze waardering voor elkaars kwaliteiten! Jullie kweken een kloof wanneer je zo jong al een verdeling maakt tussen ‘hoger onderwijs’ en ‘lager/beroepsonderwijs’!”.

Als ik uitleg hoe leerlingen elkaar op het HBO via beide ‘wegen’ weer tegen kunnen komen, vermindert haar weerstand snel. En ik geef graag toe dat het respect en de inclusie van hier (égalité & fraternité vóór liberté) vast een zaadje kennen in zo’n gezamenlijke brugklas waarin een ere-haag gevormd wordt voor de winnaars van het rugby-scholentoernooi en voor de wiskunde-olympiade-nerds. We vinden elkaar dus in het midden, zoals meestal. Maar mijn twijfels, of we onze kids straks naar het tweetalige (dus elitaire?) VWO in Brive (Engels/Frans) gaan sturen, spreek ik die middag niet meer uit… Terwijl ik er dààrom over begon.

Mijn voorzichtige conclusie: je vindt elkaar in dingen samen doen (samen eten! of naar een dansvoorstelling bijvoorbeeld) en in het midden: dat Frankrijk en Nederland op veel gebieden iets van elkaar kunnen leren. Voor gesprekken over de zin van het leven en over helemaal niks.. gaan we in de week waar oud-op-nieuw in valt graag weer met onze Nederlandse vrienden op vakantie.