Franse gezondheidszorg(en)

Over een maand wensen we iedereen weer van harte een gelukkig en GEZOND nieuwjaar. Deze maand een blog over onze ervaringen met de Franse gezondheidszorg. Over de bureaucratische start, onderzoeken ‘voor de zekerheid’ en gemoedsrust voor zoon Thije.

Als we in Frankrijk arriveren met kleine kinderen en een klusjaar voor de boeg, is het regelen van een ziektekostenverzekering één van onze prioriteiten. Dat blijkt – uiteraard- een bureaucratische uitdaging! De basisverzekering sluit je af bij de organisatie waar jouw beroepsgroep onder valt, in ons geval ‘kleine zelfstandigen’ en dus maak ik een afspraak bij de RSI in Périgueux (80 km enkele reis). Ik neem onze paspoorten, geboortebewijzen, de uitschrijving uit Nederland en een nota van het elektriciteitsbedrijf mee. Zo’n nota met daarop je naam en adres is op het Franse platteland het bewijs van woonachtigheid: een gemeente-register wordt hier niet bijgehouden. De dame achter de balie vraagt tot slot als bewijs van zelfstandig ondernemerschap ons Kbis nummer (in Nederland: de Kamer van Koophandel). Een BV hebben we al opgericht maar de Kamer van Koophandel wil pas een nummer afgeven wanneer wij ons sociale zekerheidsnummer melden. “Te vinden op uw Carte Vitale”. Als ik eindelijk doorheb dat dat het pasje is van de ziektekostenverzekering, is de cirkel rond: die kaart krijg ik pas wanneer ik mijn Kbis nummer heb! Terug naar Périgueux voor een carte ‘provisoire’. Het nummer rolt uit de computer op basis van je geslacht, geboortejaar, geboorte-provincie (in ons geval nummer 999 = ‘buitenland’). Enkel de laatste cijfers zijn willekeurig. En dan kan ik het rondje nogmaals maken. Niet via de mail of telefonisch, nee via de website maak je een afspraak en als ik uiteindelijk met het Kbis nummer weer in Périgueux sta, zegt de baliemedewerker ‘deze elektriciteitsnota is intussen ouder dan 3 maanden en dus ongeldig, komt u nog een keer terug met een geldige elektriciteitsnota?’. Echt…

Je aanmelden bij een huisarts is een stuk eenvoudiger: je gaat tijdens de inloopmiddag in de wachtruimte zitten en wanneer je aan de beurt bent, loop je naar binnen. We hebben onze dossiers uit Nederland meegenomen, maar die hoeven we niet af te geven; je beheert je eigen dossier en kiest iedere keer opnieuw naar welke dokter je gaat. En ‘Carte Vitale’ of niet: je betaalt de dokter aan het einde van het consult en die vergoeding wordt (grotendeels) binnen enkele dagen terug op je rekening gestort door de zorgverzekering. In september loopt het storm bij de huisartsen: de dokter dient een sportkeuring te doen voordat een kind mag beginnen met rugby, twirling of skeeleren. Eén algemene doktersverklaring voldoet niet: iedere sport heeft z’n eigen formulier/ checklist.

Doktersverklaring rugby

 

De eerste jaren hebben we geen aanvullende verzekering, omdat de premie verschrikkelijk DUUR is voor een zelfstandig ondernemer. We gaan voor een offerte naar verschillende BANKEN (allerlei instanties bieden aanvullende ziektekostenverzekeringen aan) maar concluderen dat het vooral om ‘extraatjes’ gaat, zoals ‘fysiotherapie zonder doorverwijzing van de huisarts’ en ‘een tv in de ziekenhuiskamer’. Voor de kinderen zit zo goed als alles in het basispakket en voor ons alle tweedelijnszorg na verwijzing ook. De ‘zelf te vergoeden bijdrage’ is bijvoorbeeld € 1,40 op een anti-biotica kuur. Enkel brillen en de tandarts voor volwassen worden nauwelijks vergoed in het basispakket. Maar om daar nou iedere maand honderden euro’s voor te betalen als familiebedrijfje !?! We stellen onze deelname uit. Doorslaggevend is hierbij dat je op de dag waarop je bijvoorbeeld van je tandarts hoort dat er grote ingrepen nodig zijn, je je aanvullend kunt verzekeren. Zo is het bij ons gegaan. Ons bedrijf betaalt de aanvullende verzekering. Deze kosten drukken de winst(belasting) en zo wat wij privé voor de basisverzekering aan de RSI moeten betalen. Eén van de ‘extraatjes’ is dat we € 50 per jaar mogen ‘funshoppen’ bij de apotheek (keelpastilles en zo). Hadden we dat eerder geweten … 😉

Maar dan de inhoudelijke zorg. In Nederland was ik gewend dat mijn huisarts bij lichte klachten zei ‘we zien het nog maar eens een paar weken aan’. Hier krijg je vrijwel voor alles direct een anti-biotica kuur. Of het nou een tekenbeet is, een oorontsteking of een allergische reactie. Na één routinebezoek roept de gynaecoloog mij nu jaarlijks op voor een soort APK keuring inclusief bloedwaardes, uitstrijkje en borstkanker onderzoek. De eerste keer was ik behoorlijk in shock: kom je zonder klachten binnen en loop je naar buiten met 3 vervolgafspraken! Bij pijn aan het bewegingsapparaat, wordt er ‘voor de zekerheid’ een scan gemaakt. Zo wilde de fysiotherapeut waar ik naar toeging met mijn après-ski knie pas na een heuse MRI scan starten met de strekoefeningen. Tot nu vallen alle ‘preventieve testen’ gelukkig ‘negatief’ uit… maar als ik nadenk hoeveel deze ‘gemoedsrust’ de zorgverzekeraar kost… voelt het niet zo positief.

Laat ik deze blog luchtig eindigen: onze zoon Thije werd afgelopen september onderuit gehaald tijdens een rugby wedstrijd. Z’n trainer belt een ambulance en die nemen Thije ‘voor de zekerheid’ mee voor een scan van zijn bovenbeen. Conclusie: enkel een gekneusde spier, maar “hier heeft u krukken, pijnstillers, zalf, ontstekingsremmers en een doktersverklaring dat Thije 2 weken niet mee mag doen met gym op school”. Behoorlijk indrukwekkend voor een 11-jarige jongen die op school met een golfkarretje vervoerd wordt en na 2 weken zijn krukken met veel tegenzin inlevert. Na 5 weken inclusief vakantie trekt hij nog met zijn been en belt de school-zuster mij op met de suggestie: “fysiotherapie aan te vragen”. De huisarts wil dan toch eerst een scan laten maken van Thije z’n heupen. Het scanapparaat speciaal voor kinderen bevindt zich in … Périgueux! Gelukkig kunnen we de volgende dag al terecht. Na een ‘alles is goed’ besluit de huisarts Thije echter NIET door te sturen naar een fysiotherapeut. Hij herhaalt de sport-test van september en vertelt Thije dat het nu GOED is, dat hij alles weer MAG doen qua sporten. Met een knipoog naar mij: “We zien het nog maar eens een paar weken aan!” Die ‘gemoedsrust’ blijkt het juiste medicijn… Thije rent en traint weer.