Ode aan de postbode

Wonend in La Mauratie valt ons op dat de postbode zijn takenpakket heel ruim opvat: hij speelt een grote rol in de sociale verbinding op het ’s winters stille platteland. We moesten even wennen aan alle ongeschreven regels van de plattelandscontacten, maar zijn nu helemaal om en mee.

Afgelopen zaterdag klopte de postbode op de voordeur, met het nieuwe paspoort van Chris in een aangetekende envelop. Ik had hem niet gehoord, maar Chris en de kids riepen bijna synchroon: “Iemand aan de deur !” als een vocale deurbel. Zo gaat dat hier à la campagne: als er al een deurbel is, dan is het zo’n blinkende bel met een klopper. Meestal klopt men op het raam. En nog vaker zwaai je zelf de deur al open, want het is hier zo stil dat je een auto hoort aankomen en afremmen.  Een dichtslaande autodeur is het signaal om naar de voordeur te lopen.

Natuurlijk is het meestal bezoek of een bezorgdienst. Maar het kan ook een jager zijn die een stuk everzwijn komt brengen; of een ambtenaar die het aantal bewoners komt tellen (ja echt! Je hoeft je niet in of uit te schrijven in een gemeente… iedere 3 jaar wordt er geteld !); het kan een opnemer zijn van gas, water, licht of … bronwater (we delen een bron met 20 families en op basis van gebruik ook de kosten van de pomp en eventuele reparaties); een lid van het Comité de Fête die een feestje aankondigt, de burgemeester met een nieuwtje, iemand die de weg zoekt, een buur die gezien heeft dat er een dakpan van de schuur is gewaaid, die eieren of uien over heeft of wiens ezel ontsnapt is (of hij even mag rondkijken op het terrein)…

De eerste twee, drie jaar voelde ik me aan de voordeur een stadse juffer op ’t platteland: wat een inefficiëntie dit! Ik wist ook niet of ik de brenger of boodschapper binnen zou vragen, als ons huis om 11.00 uur nog een gezellige puinhoop was met de kids in hun pyjama of als ik om 18.00 net wilde beginnen met koken. Als ik om 11.00 uur een kopje koffie aanbood, werd ik hoofdschuddend aangekeken.

 

Met de jaren ben ik het gaan begrijpen en enorm gaan waarderen, deze plattelandscontacten. Bijvoorbeeld de postbode. Toen wij ons huis in La Mauratie betrokken, woonde mijn broer nog in Hongkong. Bij de derde kaart ‘voor Thije en Jilke’ klopt de postbode aan, om te vragen of dit onze kinderen zijn. “Aha! Uw broer! Ik snap het!”. Dat klinkt als nieuwsgierigheid, maar het gaat een stapje verder. De postbode vertelt aan de 85 jarige buurvrouw dat ‘la Hollandaise’ een broer in Hongkong heeft wonen. Zij vertelt dit nieuwtje aan een andere buurvrouw en die komt bij ons langs om te vragen of zij de postzegels zou mogen hebben voor haar kleinzoon.  “Wat wordt er hier veel gekletst!” dacht ik, toen ik nog niet wist dat de postbode als onderdeel van zijn takenpakket, de bejaarde alleenwonenden in de gaten houdt. Hij geeft de post binnen af en heeft een lijst met contactpersonen die hij belt wanneer iemand bijvoorbeeld gevallen of in de war is. Dat is toch fantastisch! Hij drinkt de ene dag hier, de andere dag daar een kopje koffie, maakt een praatje en zijn leuke nieuwtjes geven de vele bejaarde alleenwonenden weer aan elkaar door. Geen ‘geroddel’ of ‘inefficiëntie’: sociale verbinding!

 

Het is een service die je kunt inkopen, maar onze postbode doet het hoe dan ook.

 

En nu is dit ook onze gewoonte. In plaats van een belletje of SMS-je, gaan we langs. Want ieder contactmomentje is er hier niet één, maar zijn er twee of drie ! Met de volgende ongeschreven contact-regels in en rond La Mauratie: Klopt er om 11.00 uur iemand op de deur, dan bied je geen koffie, maar een likeurtje aan, met een zoutje. Gezellig een ‘apéro’ voor de uitgebreide lunch. Komt iemand rond 14.00 uur, dan is dat vaak ‘op weg naar een afspraak’ en dus geen bezoek. Als iemand aangeeft ‘op het eind van de middag’ langs te komen, dan is dat tussen 17.00 en 19.00 en in de aanloop naar de maaltijd om 20.00 uur (hoezo om 18.00 uur al aan het koken?), mag er weer een wijntje of iets sterkers worden ingeschonken. Koffie drink je NA het eten. Nodig je iemand uit op de koffie, dan serveer je daar een zelfgebakken taart of cake bij. Maar nodig je iemand uit om te komen eten, dan nemen zij een taart of bonbons mee voor bij de koffie. Deze regels krijg je niet cadeau, je mag ze afleiden, bijvoorbeeld uit een vragende blik naar jouw lege handen. Een bedankje, verjaardag of ziekenbezoekje: daar hoort chocolade bij. Na de kerstvakantie geven wij een pak stroopwafels aan de buurvrouw die onze poezen heeft gevoerd, als een Nederlandse variatie op het doosje bonbons.

Terug naar de postbode: wanneer er niemand thuis is om een pakket in ontvangst te nemen, moet hij het ‘officialement’ meenemen naar het dépot in Sarlat. Dat kost ons qua retour-rit en wacht-rij veel tijd. Hoe fijn dat de postbode zo’n pakket in onze schuur op de houtvoorraad legt, of IN de brievenbus stopt. Daar kijk je wel van op.. de eerste keer dat je het deurtje opent en er iets in ligt dat onmogelijk door de gleuf heeft gepast. Blijkt de postbode een loper te hebben…

Wij melden het even bij de postbode, wanneer we op vakantie gaan. Dan legt hij de pakketjes uit het zicht. De postbode meldt het ook aan ons, wanneer hij met vakantie gaat (ja echt !): “verwacht u deze week een pakketje? zorgt u dan dat u thuis bent?”. En wij stappen die week een keertje bij de 85-jarige buurvrouw binnen… want: “die jonge vervanger, die geeft de post af en die vertrekt weer, niks aan!”, volgens de buurvrouw. Er is altijd wel iets te vragen, over de tuin bijvoorbeeld. Of iets te vertellen. Want klein nieuws, is (hier) ook nieuws.